Beleidskader
Belastingen en rechten
Lokale heffingen bestaan uit belastingen en rechten (retributies). Volgens de Gemeentewet worden aangemerkt als gemeentelijke belastingen.
Wat belastingen herkenbaar maakt, is dat er geen direct aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat. De burger betaalt geld aan de algemene middelen van de gemeente. Daaruit betaalt zij een gedeelte van de uitgaven.
Wat rechten herkenbaar maakt is dat er wel een directe relatie is tussen de heffing en de gemeentelijke taak. Het gaat om een specifieke dienst die de gemeente verleent.
Er zijn drie typen gemeentelijke belastingen met eigen spelregels: algemene belastingen, bestemmingsbelastingen en rechten.
Algemene belastingen
De inkomsten uit de algemene belastingen gaan naar de algemene middelen van de gemeente. De inkomsten zijn niet geoormerkt en kunnen vrij worden ingezet voor alle taken en voorzieningen. De gemeenteraad bepaalt waar de gemeente de algemene middelen voor gebruikt. Dit zijn algemene belastingen:
- onroerendezaakbelasting (OZB),
- toeristenbelasting,
- precariobelasting op kabels en leidingen,
- precariobelasting op standplaatsen,
- parkeerbelasting,
- reclamebelasting.
De algemene belastingen hebben een onbeperkte tariefstelling.
Bestemmingsbelastingen
De inkomsten uit de bestemmingsbelastingen zijn bedoeld voor specifieke taken of voorzieningen met een algemeen belang. Dit zijn bestemmingsbelastingen:
- rioolheffing,
- afvalstoffenheffing.
De opbrengsten van bestemmingsbelastingen mogen nooit hoger zijn dan de kosten van de taak of voorziening waar het om gaat. In de begroting mogen ze niet meer dan 100 procent kostendekkend zijn. In West Betuwe proberen we een 100 procent kostendekking te behalen bij de rioolheffing.
Rechten
Bij de heffing van rechten is er een aanwijsbare tegenprestatie van de gemeente. De volgende belastingen zijn rechten:
- leges,
- liggeld,
- lijkbezorgingsrechten,
- marktgelden,
- staangeld voor woonwagens.
De opbrengsten van rechten mogen nooit hoger zijn dan de kosten van de taak of voorziening waar het om gaat. Ze mogen ook niet meer dan kostendekkend zijn.
Toepassing indexering (inflatiecorrectie)
De gemeente West Betuwe wil de toename van de lastendruk voor de burgers beperken in 2026. In de begroting 2026 zijn de belastingopbrengsten trendmatig verhoogd met een inflatiepercentage van 4,61%.
Berekening 2026 o.b.v. de huidige systematiek
Op basis van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025 berekenen we het (voorlopige) inflatiepercentage 2026 zo:
Berekening indexering 2026 | Wegings | Act. | Act. | Act. | Voorlopig | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|
Stand: Voorjaarsnota Rijk 2025 | factor | 2023 | 2024 | 2025 | 2026 | 2026 |
Ontwikkeling van de loonkosten (loonvoet sector Overheid) | 70% | 5,90% | 5,20% | 6,00% | 2,00% | |
Ontwikkeling van de materiële kosten (prijs overheidsconsumptie) | 30% | 5,80% | 7,70% | 2,90% | 2,10% | |
Gemiddeld | 5,87% | 5,95% | 5,07% | 2,03% | 18,92% | |
Reeds doorberekend | 5,22% | 5,35% | 3,74% | 0,00% | 14,31% | |
Totaal | 0,65% | 0,60% | 1,33% | 2,03% | 4,61% |
Het totale percentage van 4,61% is bepaald op basis van de bestaande systematiek van enkelvoudige indexering (optellen van de jaarlijkse percentages). Op basis van dit percentage verhogen we de belastingen en heffingen in de begroting 2026. Indexering op indexering zou een percentage van 5,25% opleveren voor 2026.
Afronding legestarieven
Bij de berekening van de legestarieven worden deze vanaf 2023 rekenkundig afgerond zodat de tarieven praktisch werkbaar zijn. Uitzondering zijn de tarieven die door het rijk worden vastgesteld. De afronding is op 5 eurocent bij bedragen onder de 100 euro, op 50 eurocent bij bedragen boven de 100 euro en op gehele euro's boven de 200 euro.
Kwijtscheldingsbeleid
In artikel 255 van de Gemeentewet is de mogelijkheid geregeld om lokale heffingen kwijt te schelden. Hoofdregel is dat gemeenten het kwijtscheldingsbeleid van de rijksoverheid volgen, zoals dat in de Uitvoeringsregeling is geregeld. Een uitzondering is dat gemeenten mogen uitgaan van 100 procent van de bijstandsnorm als zij het kwijtscheldingsverzoek berekenen. Het Rijk gebruikt 90 procent.
De gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) behandelt kwijtscheldingsverzoeken. We verlenen kwijtschelding voor OZB en rioolheffing op grond van de belastingverordeningen. Voor de overige belastingen en rechten verlenen we geen kwijtschelding.
