Home

Algemeen

De begroting 2026 is de vierde en laatste begroting van het huidige college van West Betuwe. In deze begroting presenteren we de uitgaven en inkomsten voor het volgende jaar, maar ook voor de drie daarop volgende jaren. De effecten van de Perspectiefnota 2026 bestaan uit enkele voorstellen, zoals besloten bij de behandeling van de perspectiefnota. Verder zijn de effecten van de Meicirculaire 2025 in de begroting verwerkt. In 2026 geven wij naar verwachting ongeveer 191,7 miljoen euro uit om de ambities voor West Betuwe te realiseren. Tegenover deze uitgaven staan 192,2 miljoen euro aan inkomsten, waardoor de begroting 2026 sluitend is.

Het financiële beeld
In de begroting staat wat we volgend jaar willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat dit ons gaat kosten. Deze begroting gaat vooral over 2026. Wanneer de gemeenteraad de begroting vaststelt, wordt daarmee formele goedkeuring gegeven tot het doen van uitgaven in het jaar 2026. De begroting bevat naast informatie over het jaar 2026 ook informatie over de jaren 2027 tot en met 2029. De informatie over de jaren 2027 tot en met 2029 noemen we de ‘meerjarenbegroting’. De meerjarenbegroting gaat ter kennisname naar de gemeenteraad en geeft context voor de gemeenteraad bij de vaststelling van de Begroting 2026. Wel is het bij de meerjarenbegroting van belang dat we meerjarig een reëel en structureel evenwicht presenteren, zoals volgt uit de voorschriften van het BBV.

Van Perspectiefnota 2026 naar Begroting 2026

Onderstaand financieel perspectief is het resultaat van de Perspectiefnota 2026.

Bedragen x 1.000 euro

2026

2027

2028

2029

Financieel vertrekpunt Begroting 2026 voor Perspectiefnota 2026

887

-234

-350

-882

Mutaties Perspectiefnota 2026

Structureel nieuw beleid 2026

-385

-550

-598

-603

Dekkingsplan perspectiefnota

0

400

1.100

1.500

Saldo Begroting 2026

502

-384

152

15

Structureel nieuw beleid 2026
In de Perspectiefnota 2026 is het volgende nieuw beleid structureel vastgesteld:
 

Bedragen x 1.000 euro

Omschrijving nieuw beleid (structureel)

2026

2027

2028

2029

Vervangingsinvesteringen wegenbeheerplan 2025-2030

0

0

-75

-100

Onderhoudssubsidies molens

-55

-55

-55

-55

Adviseur crisisbeheersing en rampenbestrijding

-73

-73

-73

-73

Meedenkfunctionaris/klantencoördinator

-117

-117

-117

-117

Van zorg naar preventie

-125

-125

-125

-125

Inclusie en diversiteit

-15

-15

-15

-15

Totaal lasten structureel nieuw beleid

-385

-385

-460

-485

 

Naast het structurele nieuwe beleid waarvoor is besloten bij de Perspectiefnota 2026, is nog het volgende nieuw beleid incidenteel vastgesteld:

Bedragen x 1.000 euro

Omschrijving nieuw beleid (incidenteel)

2026

2027

2028

2029

Mobiliteitsmaatregelen 2026

-50

0

0

0

Onderhoudssubsidies molens (groot onderhoud)

0

-165

0

0

Fietsknelpunt Zeiving N848/Zuiderlingedijk

0

0

-500

0

Bloesemtocht impuls

-25

-25

-25

-25

Dienstverlening/ Kerngericht Werken

-530

-546

0

0

Vervanging glazen panelen spoorbrug

-334

0

0

0

Sloop van Dam Isseltweg 10 en voorlopig gebruik als parkeerplaats

-500

0

0

0

Verbetering dienstverlening VTH-taken

-490

0

0

0

Programma Wonen, Zorg en Leven

-189

0

0

0

Gebiedsmakelaar 2026

-103

0

0

0

Verkiezingen 2026 (incidentele lasten nieuwe raad)

-52

0

0

0

Bijdrage I-lab

-17

-17

0

0

Totaal lasten incidenteel nieuw beleid

-2.290

-753

-525

-25

Incidenteel nieuw beleid ten laste van de algemene reserve

2.290

753

525

25

Totaal lasten incidenteel nieuw beleid

0

0

0

0

Voortgang financieel fit
In 2024 doorliepen we samen met de gemeenteraad het traject Financieel Fit West Betuwe om tot een sluitende meerjarenbegroting. In dit traject zochten we naar oplossingen om de meerjarenbegroting sluitend te krijgen en de algemene reserve op peil te houden. We inventariseerden in totaal 55 maatregelen, gericht op het verlagen of voorkómen van uitgaven, verhogen van inkomsten, inzet van subsidies en vrijval van reserves en incidentele budgetten. Deze maatregelen werden getoetst aan een afwegingskader, waarna de gemeenteraad besloot om 20 maatregelen als dekkingsplan in de begroting op te nemen. Over de voortgang rapporteren we in de 2e bestuursrapportage 2025. Hierbij zien we dat al veel gedaan is, maar ook dat we er nog niet zijn.

Taakstellingen in de begroting
Naast financieel fit zijn er ook nog andere taakstellingen in de begroting opgenomen. Hieronder presenteren we een overzicht van de belangrijkste taakstellingen.

Bedragen x 1.000 euro

Taakstellingen in de begroting

2026

2027

2028

2029

Verdeelsleutel Veiligheidsregio

0

422

422

422

Verkoop vastgoed

500

0

0

0

Subsidioloog

166

0

0

0

WMO/Jeugd

0

200

600

1.300

Scherper begroten

378

1.296

1.295

1.294

VNG Risicofonds

0

118

118

118

Openbare ruimte

0

0

0

500

Capaciteits- en portfoliomanagement

400

600

750

750

Gemeenschappelijke regelingen

0

44

373

351

Eigen bijdrage WMO

0

486

486

486

Stelpost Jeugd

0

0

700

700

Kaasschaaf

0

0

0

400

Totaal lasten structureel nieuw beleid

          1.444

          3.166

          4.744

          6.321

Een uitgebreide toelichting van de taakstellingen vindt u in de paragraaf Taakstellingen en belangrijke stelposten.

De begroting structureel en reëel in evenwicht
In de Gemeentewet staat dat onze begroting structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Artikel 189 (tweede lid) zegt: “De raad ziet erop toe dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Hiervan kan hij afwijken indien aannemelijk is dat het structureel en reëel evenwicht in de begroting in de eerstvolgende jaren tot stand zal worden gebracht.”

Structureel evenwicht
Onze begroting is structureel in evenwicht als we de structurele lasten dekken door structurele baten. Er is een structureel tekort als het niet lukt om de structurele lasten te dekken met de structurele baten maar wel met incidentele baten.

In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is deze bepaling verder uitgewerkt. Zo staat in het BBV hoe gemeenten (en provincies) het structurele saldo moeten berekenen. Ook staat er hoe we het structurele saldo moeten toelichten in de begroting en in het jaarverslag.

In het algemeen geldt dat een gemeente structurele taken uitvoert en daarvoor structurele baten en lasten raamt in de begroting. Structurele lasten en baten zijn dus de regel. Incidentele lasten en baten zijn een uitzondering. Dat zijn b, bijvoorbeeld voor eenmalige zaken of (meerjarige) projecten of subsidies met een tijdelijk karakter, zijn de uitzondering. Het BBV bepaalt dat de uitzonderingen (dus de incidentele baten en lasten) in beeld worden gebracht en worden toegelicht.

Het BBV schrijft voor dat we een structureel saldo moeten berekenen voor alle jaren van onze meerjarenbegroting. In deze begroting is dat dus voor de jaren 2026 tot en met 2029. Voor het jaar 2025 moet het begrip ‘structureel evenwicht’ hierbij altijd worden bekeken in samenhang met de meerjarige ontwikkeling. Dat staat ook in de Gemeentewet. Een structureel tekort in 2025 is meestal niet erg, zolang er aan het eind van de meerjarentermijn wel een structureel evenwicht (of overschot) is.

Het structurele saldo wordt hier uitgedrukt in euro’s. We kunnen dit ook uitdrukken als percentage van de batenkant van de begroting (de batenkant exclusief reserves). Dan noemen we dat de ‘structurele exploitatieruimte’. De structurele exploitatieruimte is een verplicht kengetal vanuit het BBV. Dit vindt u terug in, en is opgenomen in de paragraaf over het Weerstandsvermogen.

In onderstaande tabel laat de opbouw zien van begrotingssaldo en het structurele saldo.

Bedragen x 1.000 euro

2026

2027

2028

2029

Saldo van baten en lasten

-7.578

-2.468

-1.679

-116

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

8.080

2.084

1.831

131

Begrotingssaldo na bestemming

              502

            -384

              152

                15

Waarvan incidentele baten en lasten

1.641

586

-905

359

Structureel begrotingssaldo

-1.139

-970

1.057

374

Uit de tabel blijkt dat onze begroting voor 2028 en 2029 structureel sluitend is. Dit betekent dat de structurele baten de structurele lasten kunnen opvangen. De incidentele baten en lasten lichten we toe in een aparte bijlage.

Reëel evenwicht
Voor het bepalen van het reëel evenwicht is het verder belangrijk om inzicht te hebben in de volgende onderwerpen:

Wijze raming van algemene uitkering uit het gemeentefonds
De financiële effecten van de septembercirculaire 2025 zijn niet in de begroting verwerkt.

Overzicht baten en lasten jaarschijf 2026 (inclusief reservemutaties) uitgesplitst naar programma

Bedragen x 1.000 euro

Programma

Baten

Lasten

Saldo

1. Besturen

1.775

13.994

-12.219

2. Wonen

38.270

41.730

-3.460

3. Werken

12.430

19.507

-7.077

4. Leven

14.943

49.553

-34.610

5. Omzien

464

39.267

-38.803

Algemene dekkingsmiddelen

123.161

7.127

116.034

Overhead

1.091

20.354

-19.263

Vennootschapsbelasting

0

0

0

Onvoorzien

0

100

-100

Totaal 

      192.134

      191.632

              502

Instellen reserve ontwikkelfonds grote opgaven

In de raadsvergadering van 8 juli 2025 besloot de gemeenteraad om een ontwikkelfonds grote opgaven (OGO) te realiseren. Hij vroeg om de spelregels en procedures van het fonds verder uit te werken.

Aanleiding

Nederland en daarmee ook onze gemeente, staan voor grote maatschappelijke uitdagingen die ons allen raken. Denk daarbij aan de volgende vijf thema’s:

  • wonen: de krapte op de woningmarkt maakt het nodig om de komende jaren veel woningen te bouwen;
  • energietransitie en de daarmee samenhangende netcongestie;
  • klimaatadaptatie ;
  • het op peil houden van voorzieningen kernen;
  • het op peil houden / verhogen van de leefbaarheid kernen.

Dit zijn allemaal grote opgaven die grote investeringen vragen. Ze zijn grootschalig en zijn ten behoeve van meer dan één kern of wijk. Dat noemen we bovenwijkse kosten. Normaal gesproken gaan we ervan uit dat de kosten van uitgaven betaald worden uit al bestaande bestemmingsreserves. Het OGO komt hier bovenop: daar waar nodig betaalt OGO een deel van de bovenwijkse kosten. 

Voorbeelden van projecten
Voorbeelden van projecten die in de toekomst mogelijk aan de voorwaarden voldoen om een bijdrage te ontvangen uit het fonds:

  • Masterplan Waardenburg
  • Procesbegeleiding en herinrichting sportpark Boutenstein
  • Huis Meteren en herinrichten Achtersteweg
  • Woningbouwopgave
  • Dorpendeals

Let op: dit zijn slechts voorbeelden.

Procedure en spelregels
Het gaat om doelstelling van het fonds, regels om het fonds te vullen en geld uit het fonds te halen, criteria waaraan doel-bestedingen moeten voldoen en wie besluit of geld uit het fonds gehaald mag worden.  

Karakter: bestemmingsreserve
De nieuw in te stellen reserve is een bestemmingsreserve. Een bestemmingsreserve is gericht is op het realiseren van een bepaalde doelstelling. Deze reserve valt dus niet in de categorie algemene reserves. Dit omdat een algemene reserve bedoeld is om tegenvallers in de exploitatie op te vangen binnen het weerstandsvermogen.

Besteding reserve

De nieuw in te stellen reserve is bedoeld om aanvullende, eenmalige kosten van opgaven te dekken. Daarbij gaan we ervan uit dat al bestaande reserves/budgetten zoveel mogelijk de reguliere kosten dekken van projecten. 

Doel: grote opgaven
De nieuw in te stellen reserve heeft een langetermijnhorizon. Het dekt een ingreep met grote gevolgen en is bedoeld als grote stap om de opgave te realiseren. Dit kan gaan om bovenwijkse voorzieningen te realiseren zoals wegen, nutsvoorzieningen en riolering of investeringen in de leefbaarheid van kernen. De opgaven vallen binnen één of meerdere van onderstaande thema’s:

  • wonen : de krapte op de woningmarkt leidt tot noodzaak om de komende jaren veel woningen te bouwen;
  • energietransitie en de daarmee samenhangende netcongestie;
  • klimaatadaptatie ;
  • het op peil houden van voorzieningen kernen;
  • het op peil houden / verhogen van de leefbaarheid kernen

Deze reserve kan ook proceskosten en kosten voor onderzoek dekken, als ze onderdeel zijn van de te realiseren opgaven.

Keuze projecten
Via onderstaande uitgangspunten maakt de gemeenteraad keuzes over de besteding van het OGO:

  • Bij de start van OGO stellen we een bestedingsplan op voor de komende 4 jaar;
  • Jaarlijks actualiseren we dit plan bij de perspectiefnota op basis van langetermijnontwikkelingen en eventueel kleinere zaken;
  • De gemeenteraad monitort de werking van het OGO via de reguliere P&C-producten (begroting, bestuursrapportages);
  • De gemeenteraad besluit jaarlijks over eventuele extra voeding van de reserve als zij de begroting vaststellen;
  • De raad maakt ieder jaar een keuze voor projecten en bedragen per project. Deze keuze wordt gemaakt op basis van een onderbouwd collegevoorstel;
  • Later in het jaar neemt de raad een afzonderlijk realisatiebesluit per project. De uitgewerkte voorstellen zijn hiervoor de basis.

Voeding reserve

De reserve moet de eerstkomende jaren worden gevoed. Wat nodig is voor deze reserve hangt af van de aangedragen projecten, het aandeel van de reserve, en de planning van de uitvoering. Dit overzicht actualiseren we jaarlijks bij de perspectiefnota.

Het benodigd vermogen wordt bereikt door de volgende saldi over te hevelen naar de reserve gedurende de komende jaren:

·      de vrij beschikbare algemene reserve bij de jaarrekening;
·      jaarrekeningresultaten;
·      jaarlijks te storten bedrag (nog nader te bepalen).

Naast de middelen die de gemeente in dit fonds gaat reserveren, kunnen ook middelen uit bijv. Regiodeals en subsidies worden gereserveerd voor de projecten die uit de reserve worden gerealiseerd.

Een voorbeeld van de uitwerking zou kunnen zijn
Bij de jaarrekening 2025 blijkt dat de vrij besteedbare algemene 5.000.000 euro bedraagt. Dit is dan de beginstand van het fonds.

De realisatie van een nieuw sportcomplex (zwembad/sporthal) bedraagt 20 miljoen euro; dit kan voor 10 miljoen euro worden opgevangen uit reguliere budgetten en door de komende jaren de exploitatielasten te laten stijgen resteert een tekort van 5 miljoen euro. Dit bedrag is nodig in 2034.

Voor het realiseren van de woningbouwopgave is jaarlijks 1 miljoen nodig. Vanuit grondexploitaties, reserves en bijdrage derden is jaarlijks 0,7 miljoen beschikbaar. Dit betekent de komende jaren een bijdrage van 0,3 miljoen per jaar.

De aanpak van het sluipverkeer vraagt 8 miljoen euro, via het rijk is hiervoor 4,0 miljoen beschikbaar, van de Provincie Gelderland is 1,0 beschikbaar en uit bestaande reserves 1,0 miljoen. Dit vraagt over de periode van de komende 4 jaar een bijdrage van 0,5 miljoen euro.

Verloop OGO

Bedragen x 1.000 euro

2026

2027

2028

2029

2030

2031-2035

Toevoegingen

Beginstand

5.000

Voeding uit exploitatie

 p.m. 

 p.m. 

 p.m. 

 p.m. 

 p.m. 

 p.m. 

Onttrekkingen

Nieuw sportcomplex

5.000

Realisatie woningbouwopgave

300

300

300

300

300

1.500

Aanpak sluipverkeer

500

500

500

500

Totaal onttrekkingen

800

800

800

800

300

6.500

Saldo 31 december

          4.200

          3.400

          2.600

          1.800

          1.500

            -5.000

Deze pagina is gebouwd op 10/17/2025 09:10:28 met de export van 10/17/2025 09:00:31