Financiën

Grondslagen en uitgangspunten voor de begroting

Als basis voor het opstellen van de begroting 2026 zijn diverse algemene grondslagen van toepassing, waaronder verschillende bepalingen vanuit de Gemeentewet, het Besluit begroting en verantwoording (BBV), de begrotingscirculaire vanuit de provincie Gelderland en de Financiële verordening West Betuwe. Daarnaast zijn er verschillende specifieke kaders en uitgangspunten. Deze uitgangspunten zijn terug te vinden in de paragrafen. In dit onderdeel worden enkele algemene principes toegelicht die voor alle programma’s en taakvelden gelden.

Overhead
Alle overheadkosten worden apart in het overzicht Overhead weergegeven. Overhead omvat zowel de algemene (organisatiebrede) bedrijfsvoeringsondersteuning als het management en -ondersteuning van alle organisatieonderdelen binnen de gemeente. De in het overzicht gepresenteerde cijfers hebben betrekking op taakveld 0.4 “Overhead” en de van toepassing zijnde (egalisatie)reserves die onder taakveld 0.10 “Mutaties reserves” vallen.

Toerekening apparaatskosten (directe salarislasten en overhead aan grondexploitatie en WRP)
Aan de grondexploitatie en de heffingen (waaronder WRP) wordt overhead toegerekend. Aan de grondexploitatie wordt dit direct toegerekend en aan de heffingen wordt dit extracomptabel toegerekend. Hierbij wordt rekening gehouden met een opslag van 82,84 procent op de direct toe te rekenen salarislasten. Dit percentage is als volgt berekend:

Berekening opslag overhead

2026

Directe salarislasten aan taakvelden

22.835.352

Inhuur op taakvelden

341.983

Totaal grondslag overhead

23.177.335

Toe te rekenen totale overhead

19.199.160

Opslagpercentage

82,84%

 
Aan de complexen binnen de grondexploitatie worden de volgende apparaatskosten toegerekend:

Toerekening apparaatskosten aan complexen grondexploitatie

2026

2027

2028

2029

Directe salarislasten

Lopende Grex complexen

362.254

362.254

256.267

174.580

Nieuw te openen complexen

218.615

218.615

324.602

406.289

Totaal directe salarislasten

580.869

580.869

580.869

580.869

Toegerekende overhead (82,84%)

Lopende Grex complexen

300.076

300.076

212.281

144.615

Totaal

880.945

880.945

793.150

725.484

Aan het WRP wordt 989.752 euro aan overhead toegerekend. DIt is 82,84 procent van de direct toe te rekenen salarislasten.

Loon- en prijsontwikkelingen (LPO)
In de begroting hebben we in beginsel (nog) geen rekening gehouden met  een indexering van de materiële en subsidiebudgetten in verband met loon- en prijsontwikkelingen. De middelen die we hiervoor krijgen via het gemeentefonds en de gemeentelijke belastingen en heffingen zijn als een centrale stelpost in de begroting opgenomen en kunnen hiervoor later worden ingezet. De financiële effecten van de (vastgestelde) begrotingen van de verbonden partijen zijn wel al in de begroting verwerkt en de effecten van loon- en prijsstijgingen zijn ten laste van de hiervoor genoemde stelpost gebracht.

Algemene uitkering uit het gemeentefonds
Voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn we uitgegaan van de Meicirculaire 2025. Over de hoofdlijnen van de meicirculaire hebben we u destijds geïnformeerd bij Eerste bestuursrapportage 2025.

Omslagrente
Het renteomslagstelsel is geregeld in de gemeentelijke regelgeving. Dit stelsel houdt in dat de rentelasten van het vreemd vermogen aan de gemeentelijke producten worden doorberekend op basis van de boekwaarde van de onderliggende investeringen. De rente die hiervoor wordt gehanteerd is de omslagrente investeringen. Deze rente wordt jaarlijks vastgesteld op basis van richtlijnen van de commissie BBV en is voor 2026 berekend op 2,5 procent.

Vertrekpunt voor de begroting 2026
Bij het opstellen van deze begroting hebben we de Perspectiefnota 2026 (inclusief de effecten van de meicirculaire 2025) als uitgangspunt genomen. Met het vaststellen van deze begroting worden alle nieuwe uitgaven, inclusief de investeringen, formeel door u goedgekeurd.

Deze pagina is gebouwd op 10/17/2025 09:10:28 met de export van 10/17/2025 09:00:31