Paragrafen

Financiering

 Rentevisie

Bij het nemen van beslissingen in het kader het aantrekken van geldmiddelen is het van belang dat de actuele ontwikkelingen op zowel de geld- als de kapitaalmarkt nauwlettend worden gevolgd. Als informatiebronnen zijn gebruikt de Bank Nederlandse Gemeenten, rentevisies van andere (grotere) financiële instellingen, beleid ECB en FED.

Op basis van deze visies kan in het algemeen het volgende over de rentevisie worden opgemerkt (stand van zaken medio augustus 2025).

De Europese Centrale Bank heeft in 2024 en 2025 diverse malen de beleidsrente met telkens in stappen van 0,25% verlaagd tot het huidige niveau van 2,00%. Daar het inflatiecijfer op of zeer dicht tegen het gewenste niveau op Europees van 2,00% aanligt, is de verwachting dat in het komende jaar de rente nog licht wordt verlaagd richting een "neutraal niveau" van 1,50%. De verwachting van financieel analisten is dat de kapitaalmarktrente een zijwaartse tot eventueel licht dalende trend laat zien, mede door een vertragende economische groei, in de eurozone wordt een bbp-groei van 1,1% voorzien.

Nederland loopt mee met deze rentetarieven ondanks het gegeven dat het inflatiecijfer in Nederland nog boven de gewenste 2,00% ligt. voor 2026 wordt verwacht dat dit daalt naar 2,30%.

Op basis hiervan is de verwachting dat de lange rentetarieven het komend jaar op een iets lager niveau uitkomen.  De analisten van de meeste financiële instellingen verwachten dat de rente van de tienjaars marktrente (euroswap) op 2,70% tot 2,90% uit zal komen

Voor de korte rente is als meetpunt de driemaands Euribor aangehouden. De verwachting is dat dit percentage in 2026 tussen de 2,10% en 2,20% zal schommelen. Voor het jaar 2027 zal de 3 maands euribor zich tussen de 1,90% en 2,00% bewegen.

Resumerend kan worden aangenomen dat de renteverwachting is dat de rentes voor de korte (< 1 jaar) en middellange termijn licht zullen gaan dalen. De rente voor de lange termijn (vanaf 10 jaar), zal zich waarschijnlijk zijwaarts bewegen.

Als waarschuwing moet worden gegeven dat oplopende geopolitieke spanningen en onverwachte aangekondigde handelstarieven deze verwachting kunnen verstoren.

Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet geeft de maximale toegestane omvang van de kortlopende schuld aan. Als “kort” wordt aangemerkt leningen met een termijn van maximaal één jaar. Over “kort” geld wordt in een normale geldmarktsituatie een lagere rentevergoeding betaald dan over “lang” geld. De kasgeldlimiet is bedoeld om de gemeente te behoeden voor het risico, dat de rentelasten opeens fors stijgen, omdat de rente voor “kort” geld sterk kan fluctueren. Door tijdig de “kort” geld-positie te consolideren in “lang” geld ontstaat er meer zekerheid over de op langere termijn te betalen rente.

Wanneer de gemeente de kasgeldlimiet voor het derde achtereenvolgende kwartaal overschrijdt, moet een plan ter goedkeuring aan de toezichthouder, de provincie Gelderland, worden voorgelegd waarin staat hoe en binnen welke termijn de overschrijding ongedaan wordt gemaakt.

Voor 2026 is de verwachting dat de huidige rentecurve een "normale" curve zal blijven, dat wil zeggen dat kort geld goedkoper is en blijft t.o.v. (middel)lang geld.

De wet Fido staat een kasgeldlimiet toe van 8,5% van het begrotingstotaal. Voor 2026 betekent dit een limietbedrag van afgerond 16 miljoen euro voor “korte” financiering.

       bedragen x  1.000 euro

Kasgeldlimiet voor het begrotingsjaar 2026

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Totaal netto vlottende schuld

-4.172

5.864

6.667

5.000

Toegestane kasgeldlimiet

16.292

16.292

16.292

16.292

Ruimte (+)/ Overschrijding (-)

20.464

10.428

9.625

11.292

Renterisicobeheer
Onder renterisicobeheer wordt verstaan de onzekerheid over de hoogte van toekomstige rente uitgaven en –inkomsten. Voor de beheersing van de renterisico’s gelden een aantal concrete richtlijnen.

Renterisiconorm
De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal met een minimum van 2,5 miljoen euro. Bedoeling van de normering is om de gemeente tot een zodanige opbouw van de leningenportefeuille te komen, dat het renterisico uit hoofde van de renteaanpassingen en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt.
Kortom, het komen tot een spreiding in de leningenportefeuille op een manier dat herfinanciering (tegen een hoger rentepercentage) niet leidt tot grote renteveranderingen. Hiermee wordt een kader geboden bij de beoordeling van het financieringsbeleid.

Renterisiconorm en renterisico vaste schulden per 1-1

2026

2027

2028

2029

Begrotingstotaal

192

192

197

191

Vastgesteld percentage

20%

20%

20%

20%

Renterisiconorm

38

38

39

38

Maximaal risico op vaste schuld

8

10

11

13

Ruimte (+)/ Overschrijding (-)

30

28

28

25

Renteschema
Om er voor te zorgen dat in de begroting en verantwoording de totale rentelasten inzichtelijk zijn, is in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) opgenomen dat de paragraaf financiering in ieder geval inzicht geeft in de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend met behulp van de (omslag)rente.

                                                                                                                                                    bedragen x  1.000 euro

Rente toerekening 2026

De externe rentelasten over korte en lange financiering

3.001

De externe rentebaten

-80

Totaal door te rekenen externe rente

2.921

Rente projectfinanciering toegerekend aan betreffend taakveld

0

Saldo door te rekenen externe rente

2.921

Rente eigen vermogen

0

Rente voorzieningen

46

De aan taakvelden/programma’s toe te rekenen rente

2.967

De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente

3.319

Renteresultaat op het taakveld Treasury

352

EMU-saldo
Vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is het meerjarig opnemen van het EMU-saldo in een begrotingsparagraaf verplicht gesteld. Het EMU-saldo kan worden afgeleid uit de balans als het saldo van mutaties in de vorderingen en schulden. Het EMU-saldo van de gemeente bedraagt in 2026 46 miljoen euro negatief.

Koersrisico
Koersrisico’s bij beleggingen in aandelen worden beperkt door de bepalingen in de Wet fido, die uitzettingen in de vorm van aandelen, anders dan het deelnemen in ondernemingen uit hoofde van de publieke taak, niet toestaan.
De gemeente beschikt niet over aandelen van beursgenoteerde ondernemingen en loopt als zodanig geen risico’s. Wel neemt de gemeente deel in het aandelenvermogen van de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten en indirect in de aandelen Alliander en Stedin Holding (netwerkbeheer) en Vitens. Het risico op waardeverlies van deze aandelen is zeer beperkt.

Kredietrisico

Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus het risicoprofiel) van de tegenpartijen bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen zich op twee manieren manifesteren. Ten eerste is er het directe risico dat wordt gelopen uit hoofde van door de gemeente gedane uitzettingen (verstrekte geldleningen en beleggingen). Gelet op de bepalingen met betrekking tot Schatkistbankieren zijn nieuwe externe beleggingen niet meer mogelijk. Het uitzetten van geldmiddelen kan daardoor alleen nog maar plaatsvinden in ’s Rijks Schatkist of bij andere decentrale overheden.
Daarnaast is een kredietrisico verbonden aan gemeentelijke leningen en garanties, die de gemeente heeft verstrekt c.q. afgegeven aan lokaal opererende organisaties. Op deze leningen loopt de gemeente kredietrisico’s. Grootste onderdeel van de verstrekte garanties vormt de achtervangfunctie voor de woningcorporaties en particuliere woningbouw. Daarbij wordt de gemeente pas aangesproken als de sector zelf en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) hun verplichtingen niet nakomen. Dit is tot op heden nog niet voorgekomen. Het risico wordt daarmee gering geacht. De portefeuille voor particuliere woningbouw wordt langzaam afgebouwd, omdat die achtervangpositie is overgenomen door de Nationale Hypotheekgarantie (NHG).

Interne liquiditeitsbeheer

Liquiditeitenprognose

2026

2027

2028

2029

Kasstroom uit operationele activiteiten                                                                         

Resultaat

502

-384

152

15

Afschrijvingen, afwaarderingen

7.455

8.002

8.020

8.157

Mutatie voorraden

5.115

-10.872

4.471

14.552

Mutatie reserves

-8.080

-2.084

-1.831

-131

Mutatie voorzieningen

1.807

1.712

2.463

2.822

Mutatie waarborgsommen

0

0

0

0

Kasstroom uit operationele activiteiten

6.800

-3.627

13.274

25.414

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

Netto investeringen materiële vaste activa

-53.169

-5.888

-8.220

-2.278

Desinvesteringen materiële vaste activa

0

0

0

0

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

-53.169

-5.888

-8.220

-2.278

Financieringbehoefte (-) c.q. -overschot (+)

-46.370

-9.515

5.054

23.136

Kasstroom uit financieringsactiviteiten > 1 jaar

Toename verstrekte leningen

0

0

0

0

Aflossing verstrekte leningen

27

27

27

27

Toename opgenomen leningen

54.026

17.546

2.203

0

Aflossing opgenomen leningen

-8.109

-8.109

-7.710

-22.627

Kasstroom uit financieringsactiviteiten > 1 jaar

45.944

9.464

-5.479

-22.600

Kasstroom uit financieringsactiviteiten < 1 jaar

Mutatie uitzettingen in 's Rijks schatkist

0

0

0

0

Mutatie opgenomen kasgeldleningen

425

51

425

-536

Kasstroom uit financieringsactiviteiten < 1 jaar

425

51

425

-536

Mutatie geldmiddelen

0

0

0

0

Deze pagina is gebouwd op 10/17/2025 09:10:28 met de export van 10/17/2025 09:00:31